Sophie kreeg een postpartum depressie

Ik ben Sophie, een mega trotse mama van de allerfijnste dochter.
Ik heb een fijn leven, leuke job en de beste collega’s, vrienden en familie. Mijn
zwangerschap verliep zalig zorgeloos en ook de newborn periode ervaarde ik als best oké.
Een onverwachte maar noodzakelijke sectio – de keizersnede dus, maar da’s zo’n gruwelijk
woord – maakte het herstel vooral fysiek en mentaal best zwaar. Maar hej, geen enkele
bevalling is er eentje volgens de boekjes hoor.

Als ik iets over mezelf zou horen te vertellen, is het wel dat ik graag van controle houd. Ja
hoor, ik heb een perfectionistisch kantje. Uiteraard is zwanger zijn en bevallen ook wat
loslaten. Toch bereidde ik me – uiteraard – grondig voor op ‘mama worden’. Ik kocht en
verslond verscheidene boeken, deed aan yoga, volgde enkele workshops. De geboortelijst
en de suikerbonen waren – uiteraard – maanden op voorhand volledig doordacht en
helemaal klaar.

Toch werd ze pas op exact 40 weken geboren, kerngezond. En wij super blij! Dat litteken, de
pijn en de onwennige eerste dagen en weken namen we er met plezier bij – oke ja, ik heb
wel wat geklaagd ook. Met zoveel plezier dat we erg snel het dagelijkse leventje probeerden
mee te pikken. Het was zomer, lekker weer. 3 weken na datum gingen we al een dagje naar
het buitenland, Zeeland weliswaar. Maar toch… dikke duim voor mezelf, dacht ik toen. In
een roze wolk geloofde ik echter niet. Onze wolk was niet altijd mooi roos. Soms was ie ook
eens grijs. Maar dat hoorde er gewoon bij en daar was ik héél oke mee. Ik vond het enorm
fijn om dicht bij mijn dochter te zijn.

Waarom ze op exact 40 weken geboren werd? Omdat ik zo een controlefreak ben, duh!
Ondanks mijn ‘enorm gunstige’ situatie (lees: kind zat he-le-maal klaar om er uit te floepen,
als ik de gynaecoloog mocht geloven) kreeg ik een enorm verleidelijk aanbod. Wanneer ik
niet spontaan zou bevallen (lees: gynaecoloog was 99% zeker dat dit wel erg snel zou
gebeuren), zou ze m’n vliezen kunnen breken in het ziekenhuis waardoor moeder natuur
een helpende hand kreeg. Dit betekende ook dat ik wist wanneer ik ging bevallen. Even
serieus nu, WAT IS ER ZALIGER DAN DIT TE WETEN?! Oke ja, met de nodige zenuwen.
Maar mijn kleren kon ik nog eens herschikken in de koffer die al lang stof stond te vergaren,
de auto werd keurig ingeladen, het huis nog even op orde gebracht. Mijn teennagels werden
toch ook nog maar eens lekker gesoigneerd en kregen een zomers kleurtje. Altijd fijn om op
frisse voeten te zien tijdens de bevalling, toch?! Had ik stiekem schrik om in een hittegolf te
moeten bevallen? Misschien… erg veel!

Als ze op voorhand ook even het gewicht en de lengte mee konden geven, had ik alvast de
drukker opgebeld. HAHA!

Die laatste avond gingen we gezellig uit eten. Echt ons laatste avondmaal met z’n tweetjes.
Best gezellig was het zeker, in het zonnetje op het terras.
Oke ja, ik sliep niet echt veel en goed. Want euh ik ging wel BEVALLEN de volgende dag
hé!

(Duidelijk genoeg dat ik ietsiepietsie perfectionistisch ben en controlefreak-kantje heb?)
Ik ben Sophie, 1 op de naar schatting 5 vrouwen die een postpartum depressie kreeg.
Ondanks mijn uitmuntende voorbereiding op het krijgen van een baby en het worden van
een – enorm trotse – mama, dacht ik er zelfs niet aan dat ik me misschien ook maar moest
voorbereiden op de kans dat ik dit zou ervaren. Waarom niet, eigenlijk? Ik ben er zeker van
dat ik wel wist dat dit voorkwam. Maar in mijn rustige leventje heb ik me nooit eerder
mentaal uit evenwicht gevoeld. Misschien dacht ik daarom dat dit me niet zou overkomen?
Postpartum depressie klinkt erg griezelig. Dat is het ook en mag het ook zijn. Hoe rot dat ook
is.

Ik spreek nu uiteraard alleen over mijn situatie. Uit contact met lotgenoten weet ik
ondertussen dat geen enkele postnatale depressie dezelfde is. Elk mens is toch ook wat
anders hé.

De weinige symptomen die ik kreeg, uitte zich ongeveer 5 maanden na de bevalling. Ons
kindje werd in augustus geboren en in de kerstvakantie leek het voor mij ‘te beginnen’.
Ik startte in november terug met werken. De combinatie werk en baby maar ook het geregel
van opvang en op tijd hier en daar zijn,… maakten me wel nerveuzer dan anders. Ook de
stress op het werk viel me tegen. Vanaf november had ons meisje last van een zware hoest.
Verschillende doktersbezoeken later bleek zij eigenlijk anderhalve maand verkeerde
medicatie te hebben gekregen waardoor de hoest niet echt afnam en erger werd. Ik maakte
me meer zorgen dan ik ervoor deed. Alles kwam ook harder binnen. Wanneer de
begeleidster op de crèche me vertelde dat ze zich toch wat zorgen begonnen te maken over
haar hoest, voelde ik me een slechte moeder. De twijfel en angst overviel me: moet ik nu
weer naar de dokter? Ookal voelde ik eigenlijk wel dat het onder controle geraakte… .

Ik kon weinig nog in perspectief zien. Ik hechtte meer belang aan de mening en de ideeën
van anderen dan te luisteren naar mijn eigen gevoel, of daar zelfs maar waarde aan te
hechten. Wanneer ze een moeilijk dagje had op de crèche vond ik dat vreselijk.
In de kerstvakantie werden onze nachten slopend. Onze dochter had plots haar tut ‘s nachts
nodig om terug in slaap te vallen wanneer ze wakker werd. Dit gebeurde talloze keren per
nacht, soms kon ik er na 5 minuten terug mijn bed voor uit. Dus ik bleef maar wakker. Ik ging
me wat verdiepen in de slaap van baby’s.

Ik ontdekte zoiets als slaapregressie en de associatie met een tut om in slaap te vallen. Ik zocht en vond ook oplossingen.
Die pasten we toe en ze ging terug rustige nachten tegemoet. Ik helaas niet. Ik voelde me angstiger en
mijn hoofd werd niet rustig. Omdat ik gewoon de controle niet meer in handen had en los
moest laten. Ik denk dat mijn draagkracht toen wat uit balans is geraakt. Slapeloosheid
maakte zich meester van me.

Uiteindelijk werd ik de eerste keer eind januari een weekje thuis geschreven. Met
slaapmedicatie. Maar die nam ik niet, want daar kon je aan verslaafd raken. Ergens voelde
ik, denk ik, dat ik op een verkeerd spoor zat. De echte reden had ik echter nog niet
gevonden. Angst en slapeloosheid stapelden zich op. Ik ging terug werken en dacht dat dit
me deugd zou doen. Afleiding! Maar daar bouwde de angst en stress zich in bepaalde
situaties verder op. Ik sleepte me doorheen de dag en nacht. Verschillende keren dacht ik:
hoe lang kan mijn lijf dit nog trekken? Wanneer crash ik? Ik dacht soms echt dat ik gek zou
worden. Ik had schrik niet meer voor mijn kind te kunnen zorgen.

Hup, weer enkele weken thuis geschreven. Ik besloot zelf ook maar op zoek te gaan naar
een psycholoog. Die vond ik en daar had ik mijn eerste gesprekken. Mijn symptomen deden
haar niet geloven dat het iets ernstig was. Gewoon wat overprikkeld en da’s normaal he, bij
een jonge moeder. En dan nog met al die hormonen… . Tijd voor mezelf nemen en dan
komt dat wel goed.

Toch werd het naar mijn gevoel alleen maar slechter. Angst voor de slaap, geen slaap,
angst voor niets specifiek maar alles in het algemeen. Schuld en schaamte overheersten.
Schaamte naar mijn collega’s, naar mezelf die niet wou uitvallen. Schaamte naar mijn kind,
want waarom was ik ineens zo? Kon ik nu wel genoeg genieten? Kon ik wel goed genoeg
voor haar zorgen? Plots was ik alles wat ik niet wou of kon zijn en miste ik mezelf.
Ik kreeg een kalmeringsmiddel voorgeschreven dat ik enkel maar ‘s avonds nam. Hierdoor
sliep ik toch al enkele uren. Maar aangezien je hier ook weer verslaafd aan kon geraken,
nam ik dit niet graag. Ik zag er al tegenop om dit in te nemen. Ik dacht er nooit meer vanaf te
geraken.

Het kon zo echt niet meer verder.

Ik besloot verder op zoek te gaan naar een psycholoog die ervaring had in het postnatale
stuk. Ik voelde gewoon dat daar iets zat dat me zo uit evenwicht bracht.
Na een zoektocht kon ik snel terecht bij een psycholoog en psychotherapeut die veel kennis
en ervaring heeft met jonge mama’s en hun mentale welzijn.
Zij zorgde ervoor dat mijn symptomen wat duidelijker werden en dat dit werd gekaderd
binnen een postnatale angststoornis. Voorzichtig sprak ze over medicatie. Maar nee hoor,
daar moest ik niets van weten.

Ons kindje bleef vanaf nu ook voltijds thuis door de coronacrisis. Dit maakte alles nog wat
zwaarder op bepaalde momenten. Ik moest er 24/7 staan voor haar.
Mijn dokter schreef me op aanbevelen van de psycholoog uiteindelijk 2 maanden thuis. Ik
startte met medicatie. Ik weet nog hoe beschaamd ik me voelde dit te moeten gaan halen bij
de apotheek.

Ik voelde me ook enorm slecht wanneer ik een brief van de mutualiteit kreeg om mijn ziekte
uitkering in orde te brengen. Ik dacht dat ik meteen bij de controlearts op een kruisverhoor
moest komen. En dat hij of zij me niet zou geloven en me een aansteller zou vinden… .
Die eerste weken na het innemen van de medicatie ging het vrij goed. Wetende dat ik iets
nam, deed me op zich al wat beter en rustiger voelen.
Nadien kreeg ik last van de bijwerkingen van de medicatie. Buikpijn, hoofdpijn en ik voelde
me ineens ook somber. Zo had ik bijvoorbeeld echt géén zin om me aan te kleden, te
douchen, iets te ondernemen. Dit had ik nog nooit eerder gevoeld dus maakte me dit ook
weer angstig. Ik dacht zelf al na over een opname omdat ik mezelf echt niet meer herkende
in al die angst en piekergedachten.

Ik wou dat dit liefst zo snel mogelijk stopte en ik gewoon verder kon met m’n leventje met
mijn prachtige, zalige dochter en mijn vriend en snel weer aan het werk kon.
Van een opname is er nooit sprake geweest. Ik deed het goed en ik moest gewoon
aanvaarden dat het tijd nodig had.

Wanneer de medicatie goed ingewerkt geraakte, ging het beter. Mijn slaap bleef zus en zo.
Na een slechte nacht voelde ik me terug opgejaagd en nerveus.
Stilaan liet ik het mezelf toe om echt tijd te nemen om hieruit te geraken. Ook het woord
postnatale depressie nam ik voor het eerst in mijn mond. Kleine overwinning! Ik begon meer
te aanvaarden, meer over dit thema te lezen op internet, blogs op te zoeken, een boek te
lezen,… . Bij de psycholoog kreeg ik ook regelmatig wat psycho-educatie, daar had ik
gewoon enorm veel nood aan. Antwoorden weten op al die vragen in mijn hoofd was enorm
geruststellend.

Daarnaast begon ik het ook tegen mijn dichtste familie en vrienden te vertellen. Uiteraard
wisten mijn ouders dit al eerder. Ik merkte dat het ook voor hen niet evident was om te
erkennen. Mij angstig zien was soms ook voor hen confronterend. Mijn mama was bij me
toen ik vertelde na te denken over een opname. Ik heb haar nooit eerder weten huilen… .
Dat zegt genoeg denk ik. Ook voor de omgeving blijft dit zwaar om te dragen en gepaste
hulp kan dan ook noodzakelijk zijn. Mijn vriend steunde me steeds en probeerde me te
begrijpen. Wanneer dit niet zo vlot gelopen zou hebben, zou ik hem meegenomen hebben
naar de psycholoog. Begrip en erkenning is gewoon zo vreselijk belangrijk. Zeker wanneer
je jezelf eigenlijk niet meer herkent en je dit zo hard probeert terug te vinden.
Dit was zo ongeveer mijn verhaal en zoektocht.

Momenteel gaat het veel beter. Mijn hoofd is rustiger en de angst en piekergedachten lijken
zich stilaan steeds verder op de achtergrond te begeven. Mijn nachten herstellen zeer
langzaam. Ik geef mezelf nu de tijd die ik nodig heb. Zo kort of zo lang dat nog duren zal.
Aan alle mama’s die dit meemaken: gun jezelf de hulp die je nodig hebt. Zoek net zolang je
ze vindt. Want jullie zijn het waard hierin niet alleen te blijven staan. En weet dat het
goedkomt, hoe dan ook.

En oh ja, het woord postnatale depressie vervang ik voor mezelf vaak door het te
omschrijven als ‘uit balans of evenwicht zijn’. Want dat is het eigenlijk ook voor mij. En dat
klinkt een beetje positiever, niet? Je hoeft dan gewoon terug wat meer in evenwicht te
geraken. Niet meer of minder. En dat kan en lukt echt iedereen, elk op haar manier.

Voel jij je ook angstig of herken je jezelf in het verhaal van Sophie? Aarzel niet om hierover te praten met je vroedvrouw of een afspraak te maken met één van onze psychologen.

Klik hier om een afspraak te maken met één van onze psychologen