Deel 6. Het is niet hoe we vallen, wel hoe we weer opstaan

DEEL 6: Het is niet hoe we vallen, wel hoe we weer opstaan

Als je nu pas inspringt, lees ook zeker:
DEEL 0: Waarom het tijd is voor mijn verhaal
DEEL 1: Van Elke naar vroedvrouw
DEEL 2: Van vroedvrouw zelfstandige vroedvrouw 
DEEL 3: Van zelfstandige vroedvrouw naar onderneemster
DEEL 4: Van ondernemen naar overdrijven
DEEL 5: Vallen

Na een veldslag trekt de rook op. We krijgen langzaam zicht op het slagveld.
Er is accute hulp nodig: Wonden moeten worden verzorgd, brokstukken opgeruimd.

We staan scherp, we gaan in overlevingsmodus.

Daarna begint het echte werk. De heropbouw, de structurele aanpak.
Hoe doen we het beter? We schreeuwen: Nooit meer oorlog.

De crash, die is accuut. Jezelf op non-actief zetten om te bekomend, dat ook.
Daarna moet je zacht leren zijn voor jezelf, en genadeloos tegelijk.
Daarna komt het rapport.

Van mijn man kreeg ik de rauwe, onversneden versie van de feiten.
Hij zei: ‘Je lichaam is er, maar jij niet. Je luistert niet, je hoort ons niet.
Dat je vaak werkt, dat is prima. Dat het nooit stopt, niet.’

Ik ging van Elke naar mama en vroedvrouw. Van vroedvrouw naar zelfstandige vroedvrouw. Van zelfstandige vroedvrouw naar bedrijfsleider. Ik hield zoveel balletjes in de lucht, dat circus Ronaldo me vast wel mee op toernee wilde hebben. Enkel: Mijn oudste, meest vertrouwde balletje, was ergens onderweg gevallen.

Ik merkte het pas toen ik het nodig had. Het balletje ‘Elke’ was kwijt. Ik was mezelf kwijt.

Ik wilde het zo goed doen voor ‘mijn mama’s en baby’s’ dat ik de rest in de steek liet.
Gejaagd en bezig holde ik van hot naar her. Ik reageerde op elke ‘pingetje’ van de gsm, maar mijn persoonlijke alarmbellen hoorde ik niet. Ik rekende op het krediet dat ik had bij vrienden en familie, maar ook dat krediet raakt ooit op.

Op mijn persoonlijke ‘zwarte zondag’ ging ik nog werken. Wat oerkracht en wat extra make up go a long way, dat weten we allemaal. Ik vroeg of ik een maand ouderschapsverlof kon nemen. Mijn collega’s maakten mijn agenda vliegensvlug vrij.
Die maand werden er uiteindelijk vier.

Ik moest onderzoeken wie ik was, aan de basis, onder de vroedvrouw-onderneemster.

Ik zat thuis en daar was ik heel open over. Het was mooi om te zien hoe vrienden en familie er waren, terwijl ik er te weinig was geweest voor hen.

 

Boven alles snakte ik naar tijd met mijn gezin.
Ik wilde inhalen en herstellen wat ik verwaarloosd en beschadigd had.
Ergens stond te lezen dat je als ouder moet weten dat je maximum 18 zomers krijgt met je kinderen.

Achttien jaar is een eeuwigheid maar achttien zomers? Ben ik al over de helft!? Ik wil NU mijn zomers terug!

We gingen samen op fietsvakantie. Ik heb gelachen, gezongen, veel nagedacht en vooral gevoeld dat ik het als mama nog niet verkorven had.
Mijn kinderen durfden me weer knuffelen.
Mijn stekels waren gaan liggen.

Ik vond mezelf ook weer. Met hulp. Ik liet me begeleiden. Een coach gaf me naast inzicht ook concrete tips. Enkele voorbeelden zijn: De bureau vloog uit de woonkamer. De chaos in mijn hoofd, uitte zich in chaos in huis. Dat was iets dat ik al jaren niet opgelost kreeg. Dus ik vroeg hulp en nam een opruimcoach, Uhu, dat bestaat JA.

Ons huis werd weer een thuis.

Ik durfde naar mezelf kijken. Waar krijg ik energie van? Wat moet ik loslaten?

Het en-en-verhaal kon niet blijven duren. Ik stapte uit enkele vakgroepen.
Ik zat thuis, maar ik zat niet onder een dekentje. Ik zocht mijn oude passies op: Ik begon weer met canyoning, ging trampolinespringen en kamperen. Ik had weer aandacht voor de kleine dingen die ons echt maken.
In september begon ik –gewapend met heel wat tips en tricks- weer te werken.

Het is uitdagend, maar het gaat nog steeds goed.

Mijn eerste job was het verzorgen van mensen tijdens hun laatste dagen.
Niemand van hen zei ooit: ‘Had ik maar wat harder gewerkt.’ Integendeel.
Ik hou van mijn werk, uiteraard, maar die les koester ik.

Kwam je me vroeger tegen, zei ik in mijn zachtste vroedvrouwenstem:

‘Hallo, ik ben vroedvrouw.’

Vandaag is dat:

‘Ik ben Elke, ik ben mama van drie fantastische kinderen die ik kreeg met een prachtige man. En ik ben vroedvrouw.’

 

Er zijn veel mensen die ik wil bedanken, ik ga ze niet opnoemen, je weet het wel als jij daar bij bent. Eén persoon verdient een extra dankjewel en dat is Joris, mijn pracht van een man, mijn maatje, mijn beste vriend, zonder hem red ik het niet.