DEEL 2. Van vroedvrouw naar zelfstandige vroedvrouw

Deel 2. Van vroedvrouw naar zelfstandige vroedvrouw

Als je nu pas inspringt, lees ook zeker:
DEEL 0: Waarom het tijd is voor mijn verhaal
DEEL 1: Van Elke naar vroedvrouw

Mijn eigen zaak, mijn eigen dingetje. Het was een leuke periode.
Ik was Elke, vroedvrouw aan huis. En vroedvrouw op missie, dat ook.

Ik was er voor mijn cliënten. Zeven op zeven, dag en nacht. Continu ‘belbaar’.
Die tijd die ik vroeger had gemist, nam ik nu ten volle.
Een huisbezoek duurde snel anderhalf uur. Daarvoor kreeg ik toen 24 euro.

Tijdens de twee jaar die daarop volgden waren we gelukkig, maar blut.

Er continu zijn voor onze mama’s, een huis bouwen, tijd voor mijn drie kinderen.
Achteraf bekeken heb ik geen idee hoe ik het allemaal deed.

Ik kreeg dankbaarheid en bakken voldoening.

Maar onze lening afbetalen, dat deed toen vooral mijn man.

Ter illustratie: Werd er in die periode naar de dokter gegaan, dan moest het ‘briefke’ meteen binnen.
Er moest tenslotte eten worden gekocht voor de week.

Na zo’n bezoekje aan de huisarts kreeg ik als verdict: Griep, en een week huisarrest.
Je moet begrijpen: Voor een vroedvrouw die alleen werkt, is dat een joekel van een probleem. Wat met de huisbezoeken en check-ups is één ding, maar wat als iemand een dringende vraag heeft, of gaat bevallen, en wat met onverwachte complicaties?
Via een cliënt vond ik Melissa, een jonge vroedvrouw die voor mij wilde invallen.
Melissa was die week mijn redder in nood en bleek ook nog een stageplaats te zoeken voor haar opleiding lactatiekunde. We kropen samen aan tafel en besloten te gaan samenwerken. Onze professionele visie strookte en ook als mens klikte het.

WAT. EEN. AARDVERSCHUIVING.

We sprongen voor mekaar in wanneer nodig en kochten zo allebei wat meer vrijheid.
Ik kon weer vakantie nemen, wetende dat mijn cliënten in goede handen waren.

Ik gaf intussen zwangerschapscursussen. Voor die eerste vijf koppels had ik echt moeten sprokkelen, maar mond-aan-mond reclame deed haar werk. Ik had er hard voor gewerkt, en mijn ‘geesteskindje’ begon goed te lopen. Er was ook nog geen praktijk, er was enkel een kamer in mijn huis, naast de kamers waar mijn zoontjes lagen te slapen.

De beslissing om Melissa ook wat cursussen te laten geven, nam ik dus niet licht.
Als ik erop terugkijk, moet ik erom lachen: Mijn praktijk was echt mijn vierde kind.
Ik zat stijf van de zenuwen aan de deur te wachten, toen Melissa haar eerste cursus gaf.
Ze ‘nailde’ het, uiteraard.

Ik had teveel werk.

Melissa toen nét te weinig om vol voor het zelfstandigenstatuut te gaan.
1 + 1 = 2 en ‘Vroedvrouwenpraktijk Elke Notebaert – Melissa Kemps’ zag het levenslicht.
En wat een gezonde baby. Melissa is de ideale partner voor mij.
Ze durft me afremmen en dat is nodig.

Good times! We deden lange dagen, we werkten keihard, het was gezellig.
We belden mekaar vanuit de auto tussen twee huisbezoeken door, hadden telkens een klankbord, werkten samen ideetjes uit… Onze tandem bolde echt en dat was heel bevredigend.

Op aanraden van een cliënt volgden we loopbaancoaching.
Ik vond dat eerst belachelijk. Ik was tenslotte vroedvrouw en dat was wat ik wilde blijven.

Achteraf ben ik blij dat ik me liet overhalen.
We leerden er interessante nieuwe woordjes zoals ‘begrenzen’ en ‘afbakenen’.
Die woorden zaten tot op dat moment niet in onze vocabulaire. Het besef groeide dat we nog steeds, zeven op zeven, dag en nacht, via allerlei kanalen –telefoon, mail, berichtjes, WhatsApp- bereikbaar waren. Op die manier staat je werkmodus altijd aan.
We leerden dat dit niet voor ons en onze cliënten werkte maar net tégen.
We leerden om het anders te gaan aanpakken.

En we deden dat goed.

Deel 3: Van vroedvrouw naar onderneemster