Deel 1. Van Elke naar vroedvrouw

DEEL 1. Van Elke naar vroedvrouw

Lees eerst DEEL 0: Waarom het tijd is voor mijn verhaal? als je het nog niet eerder las 😉

Ik vind vrouwen geweldig. Vrouwen kunnen écht emotie tonen.
Mijn keuze om vroedkunde te studeren, had eigenlijk meer te maken met vrouwen dan met baby’s.

Elke wijze uil was ooit een uilskuiken. Toen ik afstudeerde als piepjonge vroedvrouw was ik dat ook. Na een stage in de eerste lijn, thuiszorg, koos ik voor een job in de tweede lijn oftewel het ziekenhuis.
Ik voelde al snel dat het ziekenhuis geen ideale werkomgeving was voor mij. Er was te weinig tijd, er waren te weinig mensen, er heerste te veel druk. Ik wilde mensen écht kunnen begeleiden. Ik miste de tijd om te kunnen geven wat ik te bieden had.

Ik werkte op palliatieve zorgen. Ik deed dat werk zielsgraag, maar telkens er iemand stierf –en dat durft men op palliatieve als eens te doen, stierf ik een stukje mee.
Ik wist nog niet wat loslaten was. Ik koos nog even voor een andere dienst, maar de vroedvrouw in mij zou zich niet veel langer aan de kant laten zetten.

De mensen die ik mocht verzorgen, gaven me een belangrijke levensles mee.

Maar dat is voor later.

De Bakermat belde. Deze fantastische groepspraktijk zocht een halftijdse kracht.
‘Eindelijk, ik word vroedvrouw. Maar euh..HALFTIJDS?!’
Dit was het werk dat ik dolgraag wilde doen, maar niet het regime dat ik in gedachten had.
Ik was 23, barstte van energie.. Hoezo halftijds?

Een engeltje op mijn schouder in de vorm van mijn man zei:
‘Dit is wat je écht wil. Spring. Go! De rest volgt wel.’

Ik sprong, ik kwam terecht en ik bleef er zeven jaar. Ik leerde gretig en veel.
Bij een herstructurering herkende ik dat oude gevoel dat er ‘aan mijn tijd’ werd gezeten.
Ik kocht die tijd terug als zelfstandige in bijberoep.

Toen ik zwanger werd van mijn jongste zoon, moest ik stoppen bij De Bakermat.
In bijberoep mocht ik wél verder. The lord -of law- works in mysterious ways J
Ik was voor het eerst een soort van zelfstandige.

Nog voor Bas zijn eerste kaarsje uitblies, gaf ik mijn ontslag.
Hallellujah, wat een bevrijding. Als bediende zit je in een bepaald stramien, je hebt ideeën maar je hebt ook je baas. Vanaf nu zou ik de regels schrijven, bepaalde ik de stijl.
Mijn hart was klein maar de goesting was groot.

Het was een fijne dag in mijn leven.